Vraag

02 mrt. 2026

Schriftelijke vragen Ingrijpende snoei bij Sprokkelenburg in het broedseizoen

 

De Partij voor de Dieren heeft signalen ontvangen van inwoners over ingrijpende snoeiwerkzaamheden door de buitendienst van de gemeente bij een houtwal in Sprokkelenburg (zie bijgevoegde foto’s). Betreffende houtwal was meerdere jaren in ontwikkeling en werd door omwonenden ervaren als waardevol voor biodiversiteit. Omwonenden stellen dat er informele afspraken zijn gemaakt met het Waterschap om bij werkzaamheden langs het water de houtwal te ontzien en dat hier in de praktijk ook naar is gehandeld. Gezien deze signalen, de start van het broedseizoen en eerdere toezeggingen van het college om zorgvuldig om te gaan met werkzaamheden in het groen[1], heeft de Partij voor de Dieren de volgende vragen.
 

1. Welke instructies of richtlijnen gelden voor de buitendienst ten aanzien van snoeiwerkzaamheden in het broedseizoen?

a. Zijn deze schriftelijk vastgelegd?

b. Hoe wordt gecontroleerd dat deze richtlijnen worden nageleefd?

Graag een toelichting.

Antwoord
Met ingang van de Omgevingswet is het broedseizoen niet langer een wettelijk vastgelegde periode. Nesten en broedende vogels zijn jaarrond beschermd. Daarom wordt jaarrond gecontroleerd op de aanwezigheid van nesten, beschermde soorten en verblijfplaatsen.

Het uitgangspunt is dat er niet gesnoeid wordt in het broedseizoen, tenzij dit niet anders kan. In dat geval wordt vooraf gecontroleerd. Als er nesten of beschermde soorten worden aangetroffen, wordt er niet gesnoeid.

De richtlijnen zijn schriftelijk vastgelegd in het ecologisch werkprotocol. Voorafgaand aan werkzaamheden wordt een “checklist Flora- en faunawet” ingevuld. Opzichters controleren of deze richtlijnen worden nageleefd.

2. Is voorafgaand aan de werkzaamheden op deze locatie een ecologische inspectie of toets uitgevoerd op aanwezigheid van nesten, beschermde soorten of verblijfplaatsen?

a. Zo ja, door wie en wanneer? Kunt u het rapport hierover met ons delen?

b. Zo nee, waarom niet?

Antwoord

Ja. Op 9 februari 2026 heeft een opzichter een inspectie uitgevoerd aan de hand van de checklist Flora- en faunawet. Dit formulier is als bijlage toegevoegd.

3. Hoe beoordeelt het college de uitgevoerde werkzaamheden in het licht van de zorgplicht en soortenbescherming onder de Omgevingswet?

Antwoord

Het college vindt dat werkzaamheden altijd met aandacht voor ecologie en wettelijke verplichtingen moeten plaatsvinden. De werkzaamheden op deze locatie zijn verder gegaan dan wenselijk en hadden niet zo uitgevoerd moeten worden. Het college is hierover in gesprek met de buitendienst om herhaling te voorkomen.

4. Heeft voorafgaand aan de werkzaamheden afstemming plaatsgevonden met het Waterschap over deze specifieke locatie?

a. Zo ja, wat was de uitkomst van deze afstemming?

b. Zo nee, waarom niet?

Antwoord

Nee. Dit was volgens het college niet nodig, omdat het bosplantsoen buiten de keurzone van het Waterschap valt.

5. Bestaan er structurele afspraken tussen gemeente en waterschap over beheer van groenstroken langs water? Zo ja, hoe zien die eruit?

Antwoord:
Ja, er zijn afspraken met het Waterschap over groenstroken langs het water. Onder andere dat de keurzone vrij moet blijven van houtopstand. Het bosplantsoen maakt geen onderdeel van de keurzone.

6. Heeft de gemeente voorafgaand aan de werkzaamheden overleg gehad met omwonenden en/of de Natuur- en Vogelwacht Culemborg?

a. Zo ja, welke adviezen zijn daarbij gegeven?

b. Hoe zijn deze adviezen betrokken bij de uiteindelijke besluitvorming?

Antwoord:
Nee, dit is niet gebeurd. We hebben regelmatig overleg met de NVWC over onze werkzaamheden. Deze afstemming vindt vooral op hoofdlijnen plaats, bijvoorbeeld over de manier van onderhoud binnen verschillende beheertypen. Individuele locaties worden daarbij niet besproken, tenzij de NVWC iets bijzonders heeft waargenomen. Om in de toekomst situaties als deze te voorkomen, maken we een kaart met ecologisch waardevolle plekken in Culemborg. Hierdoor kan vooraf overleg plaatsvinden over de gewenste manier van onderhoud op deze locaties, zodat we tijdig en zorgvuldig kunnen afstemmen wat nodig is.

7. Op basis van welk bestek of welke beheerafspraken zijn de werkzaamheden uitgevoerd?

Antwoord:
Het uitgangspunt is dat werkzaamheden worden uitgevoerd op basis van het groenbeheerplan Culemborg in combinatie met het ecologisch werkprotocol. De werkzaamheden zijn niet volledig uitgevoerd, zoals aangegeven in het groenbeheerplan.

8. Welke concrete biodiversiteitsdoelen of ecologische criteria maken onderdeel uit van de opdracht aan de buitendienst bij dit type werkzaamheden?

Antwoord:
Het uitgangspunt is dat er 1x in de 3 jaar wordt gesnoeid en er dan 1/3 van de houtopstand blijft staan, zodat fauna zich kan verplaatsen naar de behouden houtopstand en er voldoende schuil- en nestgelegenheid blijft bestaan.

In het gemeentelijk Groenbeleidsplan is een van de uitgangspunten dat bewonersinitiatieven worden gestimuleerd[2].

9. Inwoners hebben aangegeven bereid te zijn om deze groenstrook zelf ecologisch te beheren. Is het college bereid dit initiatief te faciliteren, bijvoorbeeld door het beschikbaar stellen van informatie, afspraken over beheer en herkenbare borden zoals “Deze groenstrook wordt beheerd door bewoners”?

Antwoord:
Het college is er zeker toe bereid het beheer te laten doen door bewoners. Bewoners kunnen zich aanmelden via de volgende link: www.culemborg.nl/groene-buurtinitiatieven. Op deze webpagina staan ook de voorwaarden voor een groen buurtinitiatief. Als bewoners inderdaad zelf gaan beheren, gaan wij altijd in gesprek met hen om voorwaarden en eisen gezamenlijk vast te leggen in een onderhoudsovereenkomst. We plaatsen bij voorkeur zo min mogelijk borden in het openbaar ruimte om verrommeling te voorkomen. Daarnaast is het maken en plaatsen van borden kostbaar.

10. Ziet het college op meerdere locaties mogelijkheden om bewonersbeheer van groenstroken breder te stimuleren als manier om biodiversiteit te versterken en betrokkenheid te vergroten? Zo ja, hoe zou dit vorm kunnen krijgen? Kan het voorbeeld van de werkgroep Terra Bella in Eva Lanxmeer daarbij eventueel als inspiratie dienen?

Antwoord:
Wij staan hier altijd voor open en dit gebeurt ook op meerdere plekken, zolang kan worden voldaan aan de voorwaarden zoals die op de website staan. Zie de websitelink in het antwoord op vraag 9.

11. Is het college bereid de raad te informeren over eventuele aanpassingen in werkwijze of instructies naar aanleiding van deze casus?

Antwoord:
Het college is bereid de raad te informeren als er sprake is van eventuele aanpassingen in werkwijze, maar een aanpassing zal niet het geval zijn. De uitdaging zit hem in dit geval niet in de huidige op papier staande uitgangspunten uit het beleid- en beheerplan rond de werkwijze in het groen. De moeilijkheid zit hem hier in de vertaling van de uitgangspunten op papier naar de daadwerkelijke uitvoering buiten. We werken aan verbetering, maar dit heeft tijd nodig. Hierbij wordt de NVWC veelvuldig betrokken.

 

Toelichting: Houtwallen en groenstroken vormen belangrijke leefgebieden en verbindingszones voor vogels, kleine zoogdieren, insecten en andere dieren. Juist in een tijd van biodiversiteitsverlies is zorgvuldig beheer essentieel. Het groenbeleidsplan van de gemeente moet niet alleen op papier bestaan, maar ook in de praktijk.

Het broedseizoen vraagt om extra terughoudendheid bij ingrijpende werkzaamheden. De Omgevingswet kent bovendien een zorgplicht voor soortenbescherming. Dat betekent dat niet alleen formele regels tellen, maar ook de verantwoordelijkheid om schade aan dieren en hun leefgebied te voorkomen.

De Partij voor de Dieren maakt zich zorgen dat bij dergelijke werkzaamheden ecologische waarden onvoldoende zijn meegewogen en dat adviezen van betrokken inwoners en natuurorganisaties niet zijn gevolgd. Tegelijk zien wij dat er in Culemborg veel bereidheid is onder bewoners om zelf verantwoordelijkheid te nemen voor groen in hun omgeving, en we hopen dat die kansen worden voldoende worden benut.

 

Namens de fractie van Partij voor de Dieren, Myra van der Velde


 

De Partij voor de Dieren heeft signalen ontvangen van inwoners over ingrijpende snoeiwerkzaamheden door de buitendienst van de gemeente bij een houtwal in Sprokkelenburg (zie bijgevoegde foto’s). Betreffende houtwal was meerdere jaren in ontwikkeling en werd door omwonenden ervaren als waardevol voor biodiversiteit. Omwonenden stellen dat er informele afspraken zijn gemaakt met het Waterschap om bij werkzaamheden langs het water de houtwal te ontzien en dat hier in de praktijk ook naar is gehandeld. Gezien deze signalen, de start van het broedseizoen en eerdere toezeggingen van het college om zorgvuldig om te gaan met werkzaamheden in het groen[1], heeft de Partij voor de Dieren de volgende vragen.
 

1. Welke instructies of richtlijnen gelden voor de buitendienst ten aanzien van snoeiwerkzaamheden in het broedseizoen?

a. Zijn deze schriftelijk vastgelegd?

b. Hoe wordt gecontroleerd dat deze richtlijnen worden nageleefd?

Graag een toelichting.

Antwoord
Met ingang van de Omgevingswet is het broedseizoen niet langer een wettelijk vastgelegde periode. Nesten en broedende vogels zijn jaarrond beschermd. Daarom wordt jaarrond gecontroleerd op de aanwezigheid van nesten, beschermde soorten en verblijfplaatsen.

Het uitgangspunt is dat er niet gesnoeid wordt in het broedseizoen, tenzij dit niet anders kan. In dat geval wordt vooraf gecontroleerd. Als er nesten of beschermde soorten worden aangetroffen, wordt er niet gesnoeid.

De richtlijnen zijn schriftelijk vastgelegd in het ecologisch werkprotocol. Voorafgaand aan werkzaamheden wordt een “checklist Flora- en faunawet” ingevuld. Opzichters controleren of deze richtlijnen worden nageleefd.

2. Is voorafgaand aan de werkzaamheden op deze locatie een ecologische inspectie of toets uitgevoerd op aanwezigheid van nesten, beschermde soorten of verblijfplaatsen?

a. Zo ja, door wie en wanneer? Kunt u het rapport hierover met ons delen?

b. Zo nee, waarom niet?

Antwoord

Ja. Op 9 februari 2026 heeft een opzichter een inspectie uitgevoerd aan de hand van de checklist Flora- en faunawet. Dit formulier is als bijlage toegevoegd.

3. Hoe beoordeelt het college de uitgevoerde werkzaamheden in het licht van de zorgplicht en soortenbescherming onder de Omgevingswet?

Antwoord

Het college vindt dat werkzaamheden altijd met aandacht voor ecologie en wettelijke verplichtingen moeten plaatsvinden. De werkzaamheden op deze locatie zijn verder gegaan dan wenselijk en hadden niet zo uitgevoerd moeten worden. Het college is hierover in gesprek met de buitendienst om herhaling te voorkomen.

4. Heeft voorafgaand aan de werkzaamheden afstemming plaatsgevonden met het Waterschap over deze specifieke locatie?

a. Zo ja, wat was de uitkomst van deze afstemming?

b. Zo nee, waarom niet?

Antwoord

Nee. Dit was volgens het college niet nodig, omdat het bosplantsoen buiten de keurzone van het Waterschap valt.

5. Bestaan er structurele afspraken tussen gemeente en waterschap over beheer van groenstroken langs water? Zo ja, hoe zien die eruit?

Antwoord:
Ja, er zijn afspraken met het Waterschap over groenstroken langs het water. Onder andere dat de keurzone vrij moet blijven van houtopstand. Het bosplantsoen maakt geen onderdeel van de keurzone.

6. Heeft de gemeente voorafgaand aan de werkzaamheden overleg gehad met omwonenden en/of de Natuur- en Vogelwacht Culemborg?

a. Zo ja, welke adviezen zijn daarbij gegeven?

b. Hoe zijn deze adviezen betrokken bij de uiteindelijke besluitvorming?

Antwoord:
Nee, dit is niet gebeurd. We hebben regelmatig overleg met de NVWC over onze werkzaamheden. Deze afstemming vindt vooral op hoofdlijnen plaats, bijvoorbeeld over de manier van onderhoud binnen verschillende beheertypen. Individuele locaties worden daarbij niet besproken, tenzij de NVWC iets bijzonders heeft waargenomen. Om in de toekomst situaties als deze te voorkomen, maken we een kaart met ecologisch waardevolle plekken in Culemborg. Hierdoor kan vooraf overleg plaatsvinden over de gewenste manier van onderhoud op deze locaties, zodat we tijdig en zorgvuldig kunnen afstemmen wat nodig is.

7. Op basis van welk bestek of welke beheerafspraken zijn de werkzaamheden uitgevoerd?

Antwoord:
Het uitgangspunt is dat werkzaamheden worden uitgevoerd op basis van het groenbeheerplan Culemborg in combinatie met het ecologisch werkprotocol. De werkzaamheden zijn niet volledig uitgevoerd, zoals aangegeven in het groenbeheerplan.

8. Welke concrete biodiversiteitsdoelen of ecologische criteria maken onderdeel uit van de opdracht aan de buitendienst bij dit type werkzaamheden?

Antwoord:
Het uitgangspunt is dat er 1x in de 3 jaar wordt gesnoeid en er dan 1/3 van de houtopstand blijft staan, zodat fauna zich kan verplaatsen naar de behouden houtopstand en er voldoende schuil- en nestgelegenheid blijft bestaan.

In het gemeentelijk Groenbeleidsplan is een van de uitgangspunten dat bewonersinitiatieven worden gestimuleerd[2].

9. Inwoners hebben aangegeven bereid te zijn om deze groenstrook zelf ecologisch te beheren. Is het college bereid dit initiatief te faciliteren, bijvoorbeeld door het beschikbaar stellen van informatie, afspraken over beheer en herkenbare borden zoals “Deze groenstrook wordt beheerd door bewoners”?

Antwoord:
Het college is er zeker toe bereid het beheer te laten doen door bewoners. Bewoners kunnen zich aanmelden via de volgende link: www.culemborg.nl/groene-buurtinitiatieven. Op deze webpagina staan ook de voorwaarden voor een groen buurtinitiatief. Als bewoners inderdaad zelf gaan beheren, gaan wij altijd in gesprek met hen om voorwaarden en eisen gezamenlijk vast te leggen in een onderhoudsovereenkomst. We plaatsen bij voorkeur zo min mogelijk borden in het openbaar ruimte om verrommeling te voorkomen. Daarnaast is het maken en plaatsen van borden kostbaar.

10. Ziet het college op meerdere locaties mogelijkheden om bewonersbeheer van groenstroken breder te stimuleren als manier om biodiversiteit te versterken en betrokkenheid te vergroten? Zo ja, hoe zou dit vorm kunnen krijgen? Kan het voorbeeld van de werkgroep Terra Bella in Eva Lanxmeer daarbij eventueel als inspiratie dienen?

Antwoord:
Wij staan hier altijd voor open en dit gebeurt ook op meerdere plekken, zolang kan worden voldaan aan de voorwaarden zoals die op de website staan. Zie de websitelink in het antwoord op vraag 9.

11. Is het college bereid de raad te informeren over eventuele aanpassingen in werkwijze of instructies naar aanleiding van deze casus?

Antwoord:
Het college is bereid de raad te informeren als er sprake is van eventuele aanpassingen in werkwijze, maar een aanpassing zal niet het geval zijn. De uitdaging zit hem in dit geval niet in de huidige op papier staande uitgangspunten uit het beleid- en beheerplan rond de werkwijze in het groen. De moeilijkheid zit hem hier in de vertaling van de uitgangspunten op papier naar de daadwerkelijke uitvoering buiten. We werken aan verbetering, maar dit heeft tijd nodig. Hierbij wordt de NVWC veelvuldig betrokken.