26 november 2025
Partij voor de Dieren hangt rouwlinten bij gekapte bomen Weidsteeg
Aan de Weidsteeg in Culemborg zijn 80 populieren gekapt. Een ingreep die diepe sporen nalaat. Niet alleen in het straatbeeld, maar ook in het leven van dieren, in de leefbaarheid van de wijk en in het vertrouwen van inwoners.
De Partij voor de Dieren hing witte rouwlinten en borden op bij de gekapte bomen. Als teken van verdriet, maar ook van verzet. Want dit verlies is onomkeerbaar en had voorkomen moeten worden.
Veel voorbijgangers reageerden geschokt en boos op de plotselinge spoedkap nadat er twee takken op de weg waren gevallen tijdens code geel. De bomen gaven schaduw, verkoeling, veiligheid en een thuis aan vogels en andere dieren. In één klap is dat allemaal verdwenen. De Partij voor de Dieren heeft zich op diverse manieren (schriftelijke vragen, motie) ingezet om de kap te voorkomen, maar helaas tevergeefs.
Fractievoorzitter Myra van der Velde: "Bomen zijn geen decorstuk. Ze zijn levende wezens, onmisbaar voor biodiversiteit, gezonde lucht, wateropvang en verkoeling in hete zomers. Juist in een tijd van klimaatverandering is elke volwassen boom goud waard. Toch worden in Culemborg keer op keer bomen gekapt zonder dat écht alles op alles wordt gezet om ze te behouden."
De Partij voor de Dieren vindt dat bomenkap altijd het allerlaatste middel moet zijn. Niet omdat het ‘handig’ is. Niet omdat het sneller of goedkoper uitkomt. Maar alleen als álle alternatieven serieus zijn onderzocht, openbaar zijn gemaakt en gewogen zijn met de belangen van natuur, dieren en omwonenden.
"Wij willen een zorgvuldiger en transparanter proces rond bomenkap. Met duidelijke toetsing, betere bescherming van waardevolle bomen en échte inspraak voor bewoners voordat de zaag erin gaat. Geen voldongen feiten, maar eerlijke afwegingen. Wij blijven ons inzetten voor bescherming van bomen in Culemborg. Voor dieren die hun leefgebied kwijtraken. Voor bewoners die hun groene straat verliezen. En voor een stad die kiest voor leven, niet voor gemak," aldus Van der Velde.